Meng alle ingrediënten behalve de kokosolie in een oelekan (vijzel). Wrijf fijn tot het op een pasta lijkt. Bak de bumbu en de groenten in de kokosolie. Voeg een eetlepel water toe als het te droog wordt.
Voor de vegetarische optie voeg je de groenten, kokosmelk, het groentebouillonblokje en de tofu toe aan de bumbu. Laat op een lage temperatuur zachtjes koken tot het gaar is. (5 tot 7 minuten) De vulling moet gaar en zacht zijn, maar niet te gaar. Voeg zout naar smaak toe.
Voor het vlees, de gehaktpasteitjes, voeg het rundvlees toe aan de bumbu en breek het uit elkaar met een spatel. Blijf roeien tot het rundvlees fijn en rulle is. Dit kan even duren. Voeg ketjap en zout naar smaak toe. Voeg de doperwten en wortel (in kleine stukjes gesneden) toe. Voeg de kokosmelk toe. Als je kip wilt gebruiken in plaats van rundvlees, gebruik dan voorgekookte kleine stukjes kip en volg hetzelfde recept als de vegetarische optie, maar voeg in plaats van tofu kip toe.
Voor de vulling met vis. Gebruik voorgegaarde visstukjes in kleine stukjes gesneden. Nadat je de bumbu hebt gesauteerd, voeg je de vis toe, meng en roer je dit gedurende 1 minuut. Voeg alle andere ingrediënten toe, behalve de tofu. Kook tot de groenten zacht zijn.
Klop 1 ei in een aparte kom en zet het klaar. Gebruik bloem en bakpapier om het deeg uit te rollen. Maak een ronde plak die in de pasteitjespers past. Doe wat bloem op de pers zodat het deeg niet plakt en leg de platte ronde deegplak erop zodat deze de pers bedekt. Gebruik een kwast om de plak met ei te bestrijken (je kunt water gebruiken als je zuivelvrij eet). Voeg dan 1 ½ eetlepel vulling toe aan één kant. Klap de pers dicht. Houd hem stevig vast en snijd de deegranden af. Haal het pasteitje voorzichtig uit de vorm en leg het op een bakplaat. Maak ongeveer 10 stuks.
Voor in de oven. Bak de pasteitjes 15 tot 20 minuten in een oven op 180 °C (350 °F).Voor frituren: voeg in een frituurpan of wok bakolie (zonnebloemolie of kokosolie) toe tot een diepte van ongeveer 7 centimeter. Je kunt controleren of de olie klaar is om te bakken door het handvat van een droge houten lepel recht in de olie te steken. Als je kleine belletjes rond de lepel ziet verschijnen, is de olie klaar. Als er te veel belletjes zijn, is de olie te heet. Frituur de pasteitjes één voor één of twee aan twee, afhankelijk van hoe groot de pan is. Frituur ze goudbruin. Voeg wat extra olie toe als het oliepeil te laag wordt.